EU, Vluchtelingen en Mensenrechten

Vanden Berghe, Bogdan (2017) Minder doden op zee, meer in de woestijn, Opinie & Analyse, in: De Standaard, 24.08.2017.

Het verhaal dat Libische milities migranten met geweld tegenhouden, illustreert volgens Bogdan Vanden Berghe hoe Europa steeds meer de mensenrechten onder de mat veegt in het kader van zijn migratiebeleid.

Wie? Bogdan Vanden Berghe is directeur van 11.11.11.

Wat? Europa besteedt zijn migratiebeleid steeds meer uit aan andere landen in de hoop onder zijn internationale verplichtingen uit te komen.

De cijfers zijn spectaculair. Het aantal aankomsten in Italië ligt deze zomer 80 procent lager in vergelijking met vorig jaar. Daar kan – op het eerste gezicht – niemand tegen zijn. Vanuit een Europees perspectief lijkt het inderdaad een cleane oplossing. Maar achter de cijfers tekent zich tot soms ver buiten Europa een very dirty keerzijde af (DS 23 augustus). Misschien leidt de huidige aanpak op korte termijn wel tot minder doden op de Middellandse Zee, in de woestijn en in detentiecentra zijn migranten erger af dan ooit.

De Europese samenwerking met een van de Libische regeringen past in een veel breder plaatje. Het Europese migratiebeleid wordt steeds meer uitbesteed aan derde landen. Daardoor hoopt de EU onder haar internationale verplichtingen uit te komen. De Europese verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen valt bovendien gemakkelijker te ontlopen in landen ver weg, buiten het zicht van de eigen bevolking, kritische ngo’s en media. De steun – onder andere met ontwikkelingsgeld – die de EU bijvoorbeeld geeft aan de schietgrage Libische kustwacht laat toe om te doen wat geen van de lidstaten ooit zou kunnen doen zonder het internationaal recht te overtreden. We hebben het over reddingsboten beschieten en ngo-boten achtervolgen in internationale wateren. De flagrante schendingen van de rechten van migranten in Libische detentiecentra werden door de VN uitvoerig gedocumenteerd. Maar ook in andere landen wordt de duistere zijde van het Europese beleid zichtbaar.

Chantage

Begin deze zomer brachten we in een onderzoek aan het licht hoe de EU in Niger grenswachters ondersteunt met ontwikkelingsgeld. Daardoor nemen duizenden mensen veel gevaarlijker routes, met honderden doden in de woestijn tot gevolg. Vandaag passeren 6.000 migranten per maand langs de gevaarlijke grens met Tsjaad. Er duiken steeds meer berichten op over migranten die omkomen van honger en dorst nadat ze door smokkelaars zijn achtergelaten in de woestijn uit vrees voor controles. Ook in Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritanië en Senegal ondersteunt de EU met ontwikkelingsgeld lokale veiligheidsdiensten om migratie op het terrein te bestrijden.

Daarnaast zijn Marokko, Egypte en Soedan cruciale partners in het Europese migratiebeleid. Ook in Marokko (van waaruit de laatste maanden een recordaantal mensen de oversteek naar Spanje waagt) brachten organisaties als Human Rights Watch grootschalige mensenrechtenschendingen aan het licht. Bovendien gebruikt de Marokkaanse regering de vluchtelingenkwestie als chantagemiddel om andere zaken van Europa af te dwingen. De Marokkaanse minister van Landbouw dreigde ermee de grenzen naar Europa te openen, als Europa niet toe zou geven in een handelsgeschil over producten uit de westelijke Sahara. Soortgelijke dreigementen horen we al veel langer van Erdogan bij kritiek op de mensenrechtensituatie in Turkije en van het regime in Soedan, waar Europa weer aan tafel zit met dictator Omar al-Bashir die door het Internationaal Strafhof gezocht wordt voor genocide.

Langs de andere kant van de Middellandse Zee leidde de Turkijedeal ertoe dat de instroom al langer ‘onder controle’ werd gebracht. Maar ook daar is er een donkere keerzijde. De organisatie Refugees International bracht vorige week een ontnuchterend rapport uit over de mensonterende situatie van vluchtelingen op de Griekse eilanden, meer dan een jaar na het afsluiten van de deal.

Ondertussen in Europa

Het Europese spreidingsplan, dat de druk op Italië en Griekenland moet verlichten door de opvang van asielzoekers te spreiden over de verschillende lidstaten, blijft een grote mislukking. Bijna twee jaar na de lancering is minder dan 30 procent van de beloofde opvangplaatsen ingevuld. Als we vergelijken met het oorspronkelijke streefcijfer van 160.000 mensen is dat slechts 16 procent. De huidige situatie is in deze landen onhoudbaar geworden. De hoge drempel van 75 procent erkenningskans die de EU hanteert, maakt dat zelfs mensen uit Afghanistan en Irak niet in aanmerking komen voor hervestiging. Op die manier zal de druk op Italië en Griekenland nauwelijks verminderen.

De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken heeft gelijk als hij zegt dat Europa zijn land in de steek laat. Het praat de dubieuze samenwerking van Italië met Libië en hun pestgedrag ten aanzien van ngo’s niet goed. Maar het verklaart gedeeltelijk waarom Europa zijn migratiebeleid steeds meer uitbesteedt. Daarbij worden soms onterecht ontwikkelingsbudgetten ingezet en mensenrechten steeds verder onder de mat geschoven. Europa pompte de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s in externe grensbewaking en te veel energie in deals met dubieuze regimes. Hoog tijd om meer te investeren in perspectief voor mensen ter plekke. Daarover horen we bitter weinig.