Hirak: dromen van een eerlijker Marokko

Latré, Robbe (2017) Hirak: dromen van een eerlijker Marokko, in: MO*, 27.10.2017.

Een jaar geleden, op 28 oktober 2016, stierf vishandelaar Mohcine Fikri een pijnlijke dood in een vuilniswagen in Al Hoceima, Marokko. Sindsdien is het land hetzelfde niet meer. Een analyse van een jaar Hirak, of hoe de politieke geest voorgoed uit de fles is in het Maghrebijnse Koninkrijk.

Mohcine Fikri was net op weg naar huis met een verse vangst zwaardvis toen hij werd tegengehouden door de politie. Er stond immers een ban op het vangen en verkopen van de vis, maar Fikri was lang niet de enige die zijn voeten veegde aan het embargo. Toch werd de halve ton vangst geconfisqueerd, waarop hij uit protest in een vuilniswagen sprong. Dat een politieagent prompt beval de mangel van de vuilniswagen in gang te zetten, deed Al Hoceima huiveren van verontwaardiging.

Het horrorfilmpje ging viraal in het Koninkrijk, waar overal solidariteitsacties uit de grond spruitten. Maar vooral in Al Hoceima sloeg de vlam in de pan. De volkse verontwaardiging ontpopte zich tot een protestbeweging (de Hirak Al Chaabi, Beweging van het Volk) zoals Marokko dat niet meer gezien had sinds 2011, de hoogdagen van de Mouvement du 20 Février of M20F, gemakshalve ook wel de Marokkaanse versie van de Arabische Lente genoemd.

Het was dus geen verrassing dat de autoriteiten dit niet aan zich lieten voorbijgaan. Toen de protesten eind mei dit jaar een hoogtepunt bereikten, sloegen ze dan ook terug met een nooit geziene machtsontplooiing van de ordetroepen. Dodelijk olitiegeweld, willekeurige arrestaties en opsluitingen, met hongerstakingen tot gevolg.

Nasser Zefzafi, de zogenaamde leider van de Hirak die sindsdien vastzit in een isolatiecel in Casablanca, was een tijdje een van die hongerstakers. Deze week, op 24 oktober, ging zijn proces van start, met de nodige commotie. Zefzafi en 30 van zijn medestanders begonnen hun ongenoegen te uiten toen hen het woord werd ontzegd door de rechter. ‘Liever de dood dan de vernedering!’ Het proces werd uitgesteld, wat geen verrassing meer is in de Zaak Hirak.

Zafzafi is lang niet de enige die terechtstaat. Zo’n 300 Hiraksympathisanten zitten in hetzelfde schuitje. De repressie beperkt zich echter niet tot manifestanten. Het proces tegen journalist El Mahdaoui voor het “opjutten van de menigte” staat ondertussen al symbool voor de lamentabele vrijheid van meningsuiting in het koninkrijk.

Het maakt dat Amnesty International, Human Rights Watch en talloze nationale mensenrechtenorganisaties steeds harder aan de alarmbel beginnen te trekken. Reporters Zonder Grenzen liet Marokko alvast zakken op haar wereldranglijst voor persvrijheid.

Het wordt in de volksmond ook wel hogra genoemd: het straffeloze misprijzen van een regime ten opzichte van het volk. Het lijkt erop dat de Marokkaanse overheid die weg is ingeslagen in haar omgang met de volksbeweging, terwijl die schijnbaar geen uitdaging vormt voor haar macht. Maar is dat wel zo? Het wordt stilaan duidelijk dat de Hirak in zich de kiemen draagt voor zowel haar neergang als voor een politieke revolutie in het koninkrijk. Een jaar na Fikri’s dood analyseert MO* een van de meest spraakmakende Maghrebijnse fenomenen van het afgelopen jaar.

De symbolische vis

‘Het is lang niet toevallig dat Mohcine Fikri een visverkoper was’, zegt Miriyam Aouragh, Senior Lecturer aan de University of Westminster, Londen. ‘De visserij staat symbool voor alles wat er mis is met het Marokkaanse systeem.’ In haar analyse van de Hirak schuwt de Nederlandse antropologe de grote woorden niet.

‘De belangrijkste visconcessies zijn in handen van Franse of Spaanse bedrijven, met een aandeel voor een handjevol Marokkaanse. Het is iets wat we overal terugvinden in het land, in de landbouw, de fosfaatwinning enz.: neokolonialisme, gefaciliteerd en gecultiveerd door de staat. Zijn protest was er dus in se op gericht dit onrecht aan de kaak te stellen. Met alle gevolgen van dien.’

Kolonialisme is een oude bekende in de Rif, de bergstreek in het noorden van Marokko die het decor vormde voor Fikri’s tragische dood. Niet toevallig vond in de regio een van de meest tot de verbeelding sprekende antikoloniale projecten van de laatste eeuw plaats: de Riffijnse republiek van Abdelkrim Al Khattabi, dat zich staande hield tegen respectievelijk Spanje en Frankrijk tussen 1921 en 1927.

Het leverde de Rif de status van bled siba op. Terre insoumise, opstandige grond. Zo’n reputatie blijft natuurlijk niet zonder gevolgen. De Franse maarschalk Lyautey, die Al Khattabi uiteindelijk op de knieën dwong, zette de toon voor bijna een eeuw negeerpolitiek vanuit Rabat door de Rif, naast sommige andere provincies, af te schrijven als le Maroc inutile.

Het project Al Hoceima, Phare de la Méditerranée dat in 2015 gelanceerd werd, moest de Rif dan eindelijk op de kaart zetten. Maar na twee jaar blijkt het initiatief, dat moest zorgen voor een economische opwaardering van de regio, dode letter. Het gevoel van economische achterstelling en ongelijkheid is dan ook de grootste drijfveer achter de Hirakprotesten.

De eisen van de beweging beperken zich tot eenvoudige grieven, gaande van meer investeringen in werkgelegenheid, zorginfrastructuur en sociale rechtvaardigheid in de regio tot de opheffing van de militaire zone die Al Hoceima al sinds 1958 is. Voor de rest is er weinig ideologie, weinig revolutie te bespeuren. Waarom zien we dan zo’n genadeloze repressiepolitiek vanwege de staat?

De vinger op de wonde

Omdat de manifestanten van de Hirak de vinger recht op de wonde hebben gelegd. ‘Ik zie de Hirak als het resultaat van een politiek rijpingsproces’, legt Soraya El Kahlaoui, sociologe en coördinatrice van het steuncomité aan de politieke gevangenen van de Hirak in Casablanca, uit. In feite kunnen we de protesten van het laatste jaar niet los zien van wat er in 2011 is gebeurd. Toen sloegen linkse, Berberse en islamistische oppositiekrachten de handen in elkaar met de Mouvement du 20 Février.

‘Ze zijn er in geslaagd om de notie van de politiek te democratiseren, al was dit tegelijk ook hun zwakte. Door enkel voor een politieke, institutionele revolutie te gaan, kon de beweging gemakkelijk gerecupereerd worden door het regime.’ Als reactie op de protesten legde de koning immers een grondwetswijziging voor aan het volk, maar dat raakte niet aan de fundamenten van het politieke systeem: de almacht van de Makhzen, of de koning en zijn entourage. De belangrijkste oppositiepartij van toen, de islamistische Parti de Justice et du Développement(PJD), is momenteel aan de macht, “gecoöpteerd” door de Makhzen. ‘De beweging is geboren en gesmoord in het politieke.’

Vandaag liggen de kaarten anders. ‘De Hirak wordt gedragen door sociaal-economische eisen. Ze heeft zich losgemaakt van de politiek.’ Het verhaal van Al Hoceima slaat aan, want het is een oud refrein in het koninkrijk: terwijl het BBP van Marokko in de lift zit, stijgt ook de ongelijkheid. ‘De Hirak heeft dus geleerd van de M20F-ervaring om het niet vaag te houden’, zegt Miriyam Aouragh. ‘Door de regering nu met een concrete sociaal-economische eisenbundel tegemoet te treden, loopt het minder risico om weer gecoöpteerd te worden zonder dat er werkelijk iets verandert.’

In feite is de Hirak een zoveelste reactie op de ontwikkelingspolitiek die de Marokkaanse overheid nu al een paar decennia nastreeft. De economische neoliberalisering die in de jaren 1980 werd ingezet heeft ervoor gezorgd dat de staat amper nog in de bres springt waar de markt faalt. Bovendien heeft die evolutie het epicentrum van de macht in Marokko doen verschuiven van de politieke instellingen naar de Makhzen. Geen wonder dat de Hirak dan ook overal gezien wordt als een ontsluiering van de Makhzen, de Koning op kop.

De Heilige Drievuldigheid

Net daar knelt het schoentje. Achter de disproportionele reactie van de overheid zit iets veel fundamenteler dan een onenigheidje over de richting die het land uit moet. De Hirak staat met haar voeten op enkele lignes rouges die het Koninkrijk al sinds haar creatie in 1956 in stand houden: God, het Vaderland en de Koning. ‘Met de Hirak zien we duidelijk een verschuiving in het bewustzijn van de mensen omtrent die rode lijnen’, zegt Miriyam Aouragh. ‘Maar het is enorm moeilijk om die machtsconstellatie te doorbreken.’

Dat geldt boven alles voor de monarchie. Koning Mohammed VI, M6, is immers niet alleen staatshoofd. Hij is daarnaast ook ‘Aanvoerder van de Gelovigen’, als erfgenaam van niemand minder dan de Profeet Mohammed. Die versmelting van politiek en religieus leider is de ultieme legitimiteitsbasis in een sterk islamitisch land als Marokko. ‘Dat is net wat van Marokko een “uitzondering” maakt: de heilige alliantie tussen religie en staat. Het is moeilijk om op straat mensen te vinden die tegen de monarchie gekant zijn. Als je dat bent, word je volledig gemarginaliseerd’, zegt Miriyam Aouragh. Onvoorwaardelijke trouw aan de monarchie is het speelgeld om mee te mogen draaien.

Op de koop toe hult het paleis zich al sinds jaar en dag in een rookgordijn door zich te verschuilen achter de regering. In zijn troonrede van eind juli, hakte M6 ongenadig in op de “incompetentie” van de nationale en lokale regeringsvertegenwoordigers: ‘Als de Koning van Marokko al niet overtuigd is van sommige politieke praktijken, als Hij bepaalde politici niet vertrouwt, wat rest er het volk dan nog?’ Een koning in sterke symbiose met het volk, die haar teleurstelling deelt: dat is hoe M6 graag gezien wordt.

Eerder deze week, op 24 oktober, stuurde hij dan ook enkele ministers de laan uit omwille van hun fouten in het Al Hoceimadossier, niet toevallig op dezelfde dag als de start van het Zefzafiproces. Daarnaast zou hij ook een intern onderzoek bevolen hebben naar de causes profondes van wat er mis is gelopen in Al Hoceima. Maar ondertussen mogen heel wat opgesloten manifestanten nog steeds fluiten naar zijn gratie.

Het argument ‘de koning is goed, maar de politieke klasse is slecht’, is dus, hoe populair en machtig het ook mag zijn, een mythe. ‘Iedereen weet dat er in het land niets gebeurt zonder de toestemming van M6. Hij strooit zand in de ogen van de mensen’, aldus Miriyam Aouragh. Het is weldegelijk Koning Mohammed VI, en zijn entourage van Marokkaanse en internationale vertrouwelingen, die aan de touwtjes trekken in het koninkrijk.

Sa Majesté Le Peuple

Dat hij off the record zo tekeer gaat tegen de Hirak, heeft dus alles te maken met het feit dat hij eindelijk geviseerd wordt. Daarom nog niet per se in de negatieve zin. Zo richtten de manifestanten zich expliciet tot de koning met hun grieven, en weigerden ze te praten met regeringsvertegenwoordigers. Misschien omdat ze nu wél weten waar de dynamiek voor verandering vandaan moet komen? Ook de leuze ‘Leve Hare Majesteit het Volk’ dat gescandeerd werd in de straten van Al Hoceima, is een kleine revolutie te noemen.

De desacralisering van de monarchie ging nog verder toen Nasser Zefzafi eind mei een imam onderbrak tijdens zijn vrijdagspreek in Al Hoceima. De imam riep op om de protesten, die toen in alle hevigheid bezig waren, te staken. Het is een tekenend voorbeeld van hoe kerk en staat vervlochten zijn in het koninkrijk, en hoe deze eeuwige tandem tegenwind begint te krijgen. Zefzafi werd diezelfde dag nog gearresteerd en in verdenking gesteld van publieke ongehoorzaamheid, aanzetten tot geweld, en het destabiliseren van de Marokkaanse staat.

Terre insoumise

Dit laatste heeft alles te maken met de ongelukkige positie waarin de Hirak zich momenteel bevindt. De beweging zit gekneld tussen haar algemene eis voor sociale rechtvaardigheid enerzijds, en anderzijds haar erg specifieke Riffijnse achtergrond. De sociaal-economische problemen in de Rif zijn natuurlijk verweven met het feit dat de regio decennia lang achtergesteld werden ten opzichte van de rest van het land.

Het is dan ook geen verrassing dat de manifestanten prat gaan op een soort van condition rifaine. Het gebruik van Berberse symboliek, het zwaaien met de vlag van de Riffijnse Republiek en het oprakelen van een bloedige geschiedenis van confrontatie met Rabat, creëert echter afstand met de rest van het land dat in gelijkaardige sociaal-economische omstandigheden vertoeft. Hoewel Zefzafi altijd heeft benadrukt dat zijn boodschap niets met identiteit te maken heeft, wordt de kaart van het separatisme handig gespeeld door de Marokkaanse autoriteiten. Want als er iets dierbaarder is dan vorst en religie in Marokko, dan is het wel haar territoriale integriteit.

Het koorddansen op deze rode lijnen legt de Hirak niet bepaald windeieren. Want niemand in Marokko zit te wachten op Libische, laat staan Syrische scenario’s. Of de beweging na al deze repressie terug haar slagkracht zal terugwinnen, is dus een belangrijke vraag. Maar iedereen is het erover eens dat ze een dynamiek in gang heeft gezet die niet terug te schroeven is.

Parochiezaalpolitiek

De repressie van de Hirak mag dan wel streng zijn, ze is er niet in geslaagd om het vuur te doen doven. Integendeel. De gewelddadige manier waarop de autoriteiten hebben gereageerd, heeft net de verontwaardiging versterkt bij velen die niet per se actief waren in of sympathiseerden met de beweging.

Onder hen is ook Soraya El Kahlaoui van het steuncomité aan de politieke gevangenen en hun families in Casablanca. ‘Ik was niet actief in de beweging, net als de meesten onder ons, we komen van alle horizonten: links, rechts, islamistisch. De politieke gevangenen en hun families hebben logistieke steun nodig, dus wij zijn er voor hen. De overheid heeft geen sociale antwoorden, ze kent enkel geweld en repressie. Dat pikken we niet meer.’

Steeds meer vergeten protestacties komen bovendrijven. Want neen, het bleef heus niet stil tussen 2011 en 2016. Kleinschalige opstootjes, zoals rond de watervoorziening in Zagora of Imider, kunnen in het licht van de Hirak meer en meer op (inter)nationale solidariteit rekenen nu ook die te maken krijgen met ernstige repressiemaatregelen.

Tot slot mogen we ook de kracht van het Marokkaanse middenveld niet onderschatten. Momenteel wordt er in achterzaaltjes in het hele land lustig gedebatteerd over de Hirak en haar nasleep. Dat er een enorme politieke bewustwording aan de gang is, moge blijken uit het feit dat zoveel mensen, jong en oud, de straat op trokken in Al Hoceima en verder. De straat is de politieke spreekbuis geworden van wat er leeft onder de Marokkanen. Wat er ook met de Hirak gebeurt de komende maanden, ze is zeker niet de laatste in haar soort. De geest is uit de fles.