Lat voor nieuwkomers kan niet zomaar omhoog

Winckelmans, Wim & Grymonprez, Simon (2019) Lat voor nieuwkomers kan niet zomaar omhoog, in: De Standaard, 14.08.2019, p. 2-3.

Vallen de voorstellen in de startnota van Bart De Wever (N-VA) te rijmen met de Grond- en andere wetten? Zo eenvoudig als in de nota vermeld wordt, is het alvast niet.

‘We zetten het licht op groen, met ons verkiezingsprogramma in de hand en de Belgische en Europese regelgeving als leidraad.’

CD&V-kopstuk Hilde Crevits liet maandag, net voor de start van de Vlaamse onderhandelingen, al twijfel doorschijnen over de juridische haalbaarheid van een aantal voorstellen in de startnota van Bart De Wever. En daar is reden toe.

Vlaamse sociale bescherming

De startnota wil de Vlaamse sociale bescherming, een pakket van tegemoetkomingen voor wie langdurige zorg en ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld voorbehouden voor wie hier al vijf jaar ‘ononderbroken, wettig en werkelijk’ verblijft.

Vandaag moet al wie in Vlaanderen verblijft, verplicht de zorgpremie van 26 of 52 euro per jaar betalen. Dat leidt tot een verschillende behandeling: wie altijd hier heeft verbleven, heeft onmiddellijk recht op uitkeringen van de Vlaamse sociale bescherming. Wie nieuw is, moet wel bijdragen betalen, maar haalt daar vijf jaar lang geen rechten uit.

Wat nu in de startnota staat, leidt tot haast onoverkomelijke problemen voor bijvoorbeeld Bulgaren of Roemenen die zich in België vestigen. Voor hen geldt het Europese niet-discriminatiebeginsel op het vlak van sociale zekerheid. N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft al toegegeven dat de regel voor Europeanen niet toe te passen valt.

Voor niet-Europeanen is er meer mogelijk, maar ook daar geldt de standstill-verplichting, waarschuwt de Gentse professor Yves Jorens. Die regel zegt dat volgens de Grondwet een vorm van sociale bescherming alleen mag worden vervangen door een andere vorm met hetzelfde niveau van bescherming. Daar mag alleen van afgeweken worden als er een objectief onderscheid gemaakt kan worden, en er sprake is van algemeen belang. ‘Dat bewijzen zal niet zo simpel zijn’, zegt Jorens.

Kinderbijslag

Hetzelfde geldt voor het voorstel om nieuwkomers alleen in aanmerking te laten komen voor kinderbijslag na een wachtperiode van zes maanden. Dat is een voorstel dat de N-VA vier jaar geleden al lanceerde in de Kamer, maar dat werd afgeserveerd toen bleek dat het geen federale, maar Vlaamse materie is.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) wilde het voorstel Vlaams niet overnemen, omdat kinderbijslag voor zijn regering een recht van het kind moest zijn, en dus onafhankelijk van het statuut van de ouders. Er dreigen ook gevolgen op het vlak van de kinderarmoede.

Daarnaast wil de startnota ook de kinderbijslag voor kinderen in het buitenland afstemmen op het niveau van levensduurte in dat land. Dat is wat vreemd, aangezien er al dergelijke akkoorden bestaan met verschillende landen.

De gewone kinderbijslag voor een eerste kind in Marokko of Turkije dat recht heeft op Belgische kinderbijslag, bedraagt bijvoorbeeld niet 150 euro, maar slechts 28,31 euro per maand. Die bedragen verder verlagen kan, alleen heeft de vorige Vlaamse regering – met een identieke samenstelling als de nieuwe die in de maak is – nog maar net de verdragen bevestigd waarop ze steunen.

Hoofddoekenverbod

En dan is er nog het totaalverbod op het dragen van de hoofddoek in het officieel onderwijs. De woorden zelf vallen niet in de startnota, wel staat er dat in het officieel onderwijs de ‘levensbeschouwelijke neutraliteit’ wordt ingevoerd voor leerkrachten en leerlingen. Niet alleen de leerlingen, ook de leerkracht godsdienst mag dan strikt genomen geen religieuze tekenen meer dragen.

Het gemeenschapsonderwijs hanteert al sinds 1 september 2013 een verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens in al zijn instellingen. De Raad van State oordeelde al meerdere malen dat zo’n verbod onredelijk is. Maar dat was telkens in enkele specifieke gevallen – zoals bij sikhs in Sint-Truiden of moslima’s in Dendermonde.

De Raad van State kán het algemene verbod niet vernietigen omdat de zaken telkens gingen over de specifieke schoolreglementen. De richtlijn van het GO! richt zich namelijk tot de scholen, niet tot de leerlingen zelf. Voor het GO! is dat voldoende om het algemene verbod te blijven handhaven. Grondwetspecialisten Jogchum Vrielink (Université Saint-Louis) en Johan Lievens (Vrije Universiteit Amsterdam) noemden dat onlangs nog een ‘bijzonder problematische houding. Want in een rechtsstaat moet van elke rechtsonderhorige worden verwacht dat hij zijn gedrag aanpast, zonder dat daar iedere keer weer een nieuwe procedure voor nodig is.’

De discussie kan beginnen als het Vlaams Parlement de nieuwe regel via een decreet zou invoeren. In dat geval is het aan het Grondwettelijk Hof om er eventueel een uitspraak over te doen, volgens Vrielink weliswaar met ‘een iets grotere kans op slagen’.